<sup>26:8</sup> O, mijn ziele! Wees verheugd!\\ 'k Leg op Jezus' trouw mij neder!\\ Klop en beef, mijn hart, van vreugd!\\ Sterf ik, Christus wekt mij weder,\\ als ik op 't bazuingeschal\\ zalig eens ontwaken zal.\\ \\
<sup>26:8</sup> O, mijn ziele! Wees verheugd!\\ 'k Leg op Jezus' trouw mij neder!\\ Klop en beef, mijn hart, van vreugd!\\ Sterf ik, Christus wekt mij weder,\\ als ik op 't bazuingeschal\\ zalig eens ontwaken zal.\\ \\
<sup>26:9</sup> Vrij moogt gij aan dood en graf\\ vrolijk uw triumf vertellen;\\ dan schudt gij uw kluisters af,\\ zult g' uw Heiland tegensnellen;\\ en wat stof geeft tot geween\\ onder uwen voet vertreen!\\ \\
<sup>26:9</sup> Vrij moogt gij aan dood en graf\\ vrolijk uw triumf vertellen;\\ dan schudt gij uw kluisters af,\\ zult g' uw Heiland tegensnellen;\\ en wat stof geeft tot geween\\ onder uwen voet vertreen!\\ \\
-
<sup>26:10</sup> Slechts wat zondig is veracht!\\ Meer den geest van d' aard' verheven!\\ Die u in zijn hemel wacht,\\ Hem geheel uw hart gegeven!\\ Waar uw eeuwge woning ligt,\\ derwaarts oog en hart gericht!
+
<sup>26:10</sup> Slechts wat zondig is veracht!\\ Maar de geest van d' aard' verheven!\\ Die u in zijn hemel wacht,\\ Hem geheel uw hart gegeven!\\ Waar uw eeuwge woning ligt,\\ derwaarts oog en hart gericht!