belijdenis:heidelbergse-catechismus:zondag-3

Zondag 3

6. 3:66 Want tot hen behoren zij, die zich in de huizen indringen en vrouwtjes weten in te palmen, die met zonden beladen zijn en gedreven worden door velerlei begeerten. Heeft dan God den mens alzo boos en verkeerd geschapen?
Neen Hij; maar God heeft den mens goed1)
en naar Zijn evenbeeld geschapen,2)
dat is in ware gerechtigheid en heiligheid,
opdat hij God zijn Schepper recht kennen,
Hem van harte liefhebben
en met Hem in de eeuwige zaligheid leven zou,
om Hem te loven en te prijzen.3)

7. 3:77 die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen. Vanwaar komt dan zulke verdorven aard des mensen?
Uit den val en de ongehoorzaamheid
onzer eerste voorouders, Adam en Eva,
in het paradijs,4)
waar onze natuur
alzo is verdorven geworden,
dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden.5)

8. 3:88 Zoals Jannes en Jambres, de tegenstanders van Mozes, staan ook dezen de waarheid tegen; het zijn mensen, wier denken bedorven is, en wier geloof de toets niet kan doorstaan. Maar zijn wij alzo verdorven, dat wij ganselijk onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad?
Ja wij;6)
tenzij dan dat wij door den Geest Gods
wedergeboren worden.7)

1) , 4) , 6)
a
2) , 5) , 7)
b
3)
c


Paginahulpmiddelen